Tips voor een gezonde tuin

Voorkomen is beter dan genezen. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen en geen kunstmest. Werk preventief.

1.Pas vruchtwisseling toe. De kans op aantasting door verkeerde schimmels wordt kleiner als je niet na elkaar op dezelfde plaats dezelfde soorten zet. Hieronder een 6 jaren plan.

 

 

Perceel 1                                                            perceel 2                                             perceel 3

vruchtgewas

 ->

bladgewas

 ->

koolgewas

wortelgewas

 ->

aardappels

 ->

peulgewas

Perceel 4                                                            perceel 5                                             perceel 6

Kolen, wortels en peulen hebben 6 jaar wachttijd nodig om schimmels te weren. De andere kunnen om de vier jaar op dezelfde plaats terugkomen. Hou dus bij wat je waar neerzet. 

2. Wil je liever niet in rijen of vakken werken, zorg dan wel voor goede combinaties van planten.

Zet planten bij elkaar die elkaar positief beïnvloeden zoals slasoorten-prei, knolselderij-prei) komkommerfamilie-mais, wortel-uit, ui-rode biet, knoflook-wortel.

Vermijd foute combinaties: aardappels-kool, aardappels-bladgewassen. 

3. Kies veel verschillende plantensoorten. Plant bessen voor vogels en zorg voor bloemen voor insecten. zo trek je natuurlijke vijanden aan.

4. Plant eens klein afrikaantje, oost-indische kers   en goudsbloem.                                                    

5. Bemest zuinig, alleen gericht op planten die extra mest vragen. Te veel mesten verzwakt de planten met als gevolg vatbaar voor ziektes.

6. Zorg voor een goede bodemstructuur.  Zorg dat de bodem altijd bedekt is, het liefst met levend materiaal (rucola, bladmosterd, mizuna tussen groente door), anders met mulchmateriaal (snoeisel of champignoncompost).

7. Beperk watergebruik: Het is beter om wat extra water te geven bij het planten, zodat de plant goed kan wortelen, daarna kan de plant zich zelf vaak redden zonder extra water. Sommige groenten hebben juist ook liever minder water, zoals aardappelen en tomaten.

8. Geef gericht water: Met een gieter of slang gericht water geven bij de plant in de avond of vroege ochtend voorkomt dat veel water verdampt en niet ten goede komt aan de plant. Sproeien kost veel water, waar de planten weinig aan hebben.

9. Goed nieuws: spitten is niet nodig: om je bodemleven niet aan te tasten is het beter de bodem zoveel mogelijk met rust te laten en niet te spitten. Trek plantjes, die je niet wil er handmatig uit of schoffel voorzichtig de bovenste laag.

10. Omarm spontane “onkruiden”: Veel plantjes, die we kennen als onkruid, kunnen een goede rol spelen in de groentetuin, zoals klaver als mulchmateriaal, winterpostelein als wintergroente en komkommerkruid als vroege bloeier om insecten te trekken.